Oslo

Eland

dinsdag
Weg 7 was gisteren niet zo druk als zondag. Daarom besloten we hem te blijven volgen tot Veme, waar we op een landelijke weg konden fietsen.
Het laatste traject naar Oslo wilden we in twee rustige dagen afleggen en hebben we langdurig geluncht en de tijd genomen voor wat praatjes hier en daar.

We nemen deze route en zijn afgestapt van de Hallingdal route omdat de route vanaf Haugastøl op weg 7 verder ging en het wel gemakkelijk fietste. Nu zijn we ondertussen bij Hønefoss op een fietspad naast de E16 overgestapt, want de Hallingdalroute gaat naar Drammen en wij willen naar Oslo.

Terwijl we het eiland Utøya passeerden overdachten we de verschrikkelijke gebeurtenis die er zich heeft afgespeeld. De beelden van het nieuws van toen staan nog vers in ons geheugen.

In Oslo nemen we een plaatsje op Bogstad Camp & Turistsenter. We zijn vroeg genoeg voor een rondje minigolf.
De komende dagen gaan we eerst naar het Norsk Folkemuseum, dan naar het Munchmuseum en het Nobels Fredssenter. We kopen wat boeken en souvenirtjes voor de oppas thuis en gaan aan het eind van de week met de ferry en trein terug naar Aken, vanwaar we de laatste 15 kilometer naar huis gaan fietsen.

Ik log me voorlopig uit. Har det bra!

 

Een selectie van de foto's die we onderweg gemaakt hebben zijn te vinden op:

http://bit.ly/Noorwegen2012

 

Noresund

Beert

zondag
Als eerste zijn we vanmorgen naar de Stavekirke in Torpo gefietst. In de Hallingdalvallei hebben veel Stavekirken gestaan. Van de kerk in Torpo is niet alles bewaard gebleven. Ingebjørg, onze gids, vertelde ons de hele geschiedenis van de kerk. Het kerkje in Fantoft miste deze uitleg. Het kerkje van Torpo, wat er van over is, is authentiek. Je ruikt de geur van het nog levende hout.
Naast de kerk staat een kerkje uit 1850. Deze is gebouwd omdat de mensen iets groters en comfortabeler wilden. Met het bouwen van deze nieuwe kerk is men begonnen met het wegnemen van onderdelen van de stavekirke. Iedereen nam wat die gebruiken kon. Waarschijnlijk is dat met veel stavekirken zo vergaan. In het openluchtmuseum in Oslo staat een, door de koning geredde stavekirke uit Gol.

Toeristen werden uit de bus gelaten in het doodse stadje Gol. Er was, op de supermarkt na, geen winkel open. Zondagsrust in Noorwegen.

We hebben de hele dag weg 7 gevolgd, een drukke weg, zelfs op zondag. Het fietst vlot op zo'n verkeersader. Het is alleen jammer dat de weg niet breed genoeg is, of de strook naast de weg niet breder is voor fietsers. Je ziet ook weinig fietsers. We zagen 2 keer 2 vakantiefietsers en een gewone fietser. En dat op de 106 kilometer van vandaag. Automobilisten zijn niet ingesteld op fietsers. Voor hen zijn we een rariteit. Sommige gestoorde automobilisten roepen iets vanuit hun raampje in het Noors, wat zoiets zou kunnen betekenen als:"Ben je gestoord ofzo!?!"
Weer anderen doen alsof we er niet zijn en rijden rakelings langs ons.
Maar voor die paar fietsers kun je ook moeilijk een bredere strook langs de weg aanbrengen.

De hele weg reden we van 430 meter hoogte naar 140 meter hoogte. Rond om ons bergen met bossen, een heel lang uitgestrekt dal. De huizen zijn bruin of donkerrood.
We zagen veel waarschuwingsbordjes voor elanden. Ik heb er weinig hoop op er een te zien. Een beetje slimme eland blijft uit de buurt van zo'n drukke weg.

Ål

zaterdag
We hebben beiden een slechte nacht gehad. De grond was behoorlijk hobbelig en het voelde beslist niet fijn om niet gedoucht te zijn.
Het regende pijpenstelen en natuurlijk was het niet warm toen we opstonden. Ik denk zo rond het vriespunt. We pakten in. We hadden gisteravond besloten de Rallarvegen te laten voor wat ze waren en tot Haugastøl met de trein te gaan.

De 6 kilometer naar het station was zwaar, zeer zwaar. Het pad was op veel plaatsen overdekt met sneeuw. Soms konden we lopend de fietsen doorduwen en op andere punten moesten de tassen er af en sleepten we de fietsen over de met sneeuw bedekte hellingen. Het was moeilijk om niet naar beneden te glijden.

Het kostte ons twee uur om op het station te komen, waar 6 fietsers uit gestapt waren. Twee ervan waren Nederlandse mannen. We wisselden ervaringen uit. Ze vertelden ons dat het vanaf Finse redelijk te doen was, maar dat ze wel begrepen dat we het over gingen slaan. We hadden met ze te doen. Ze hadden geen tent mee en het eerste hotel is pas in Myrdal.

We stapten uit de trein in Haugastøl. Onderweg hebben we veel sneeuw gezien. Vanaf Haugastøl was het fietsen een peulenschilletje. We gingen van 990 meter hoogte naar 430 meter in Ål, waar we kamperen. Een Nederlandse fietster, op weg naar het noorden, vroeg ons onze ervaring met de Ralarvegen. Ze had ongelofelijk veel bepakking bij zich. Alleen de stress bij het op en af stappen van de trein lijkt mij al voldoende om ook met haar te doen te hebben.

Alles nog eens overdenkend komen we tot de conclusie dat de Ralarvegen door een schitterend gebied gaat en dat je er het beste in augustus naar toe kunt gaan. Er zijn volop fietsen te huur bij de stations van Myrdal en Finse voor de dagtoerist.

in de bergen

Sneeuw

vrijdag
Het was rond twee uur rustig op de camping. Het hoekje waar wij stonden was al veel eerder stil.

Onze tocht ging richting Upsete, een klim van bijna 800 meter, waar we 4 uur en 20 minuten over gedaan hebben. Het was een schitterende fietstocht. We kwamen vaak langs de rivier de Raundalselvi, die met veel geweld naar beneden denderde. We hadden goed weer. De zon scheen tot we bij het station in Upsete kwamen. Daar begon het hard te regenen.

In Upsete moesten we met de trein. De weg hield op. We zijn dus de hele tijd een doodlopende weg op gefietst. Tot op Upsete staan er af en toe huizen en zijn er zelfs stationnetjes.

In de restauratie van het station Myrdal was het druk van toeristen. We bestelden koffie en worteltaart en bekeken de mensen die voor het vertrek van het treintje van de Flåmbaan nog wat te drinken kochten. Veel tijd hadden ze niet, want de trein stond op het punt te vertrekken. Het werd weer rustig in de restauratie en wij dronken een tweede kop.
Een Zweed met grote rugzak vertelde ons dat er nauwelijks te fietsen was op ons traject vanwege de sneeuw, die op sommige stukken wel 3 meter hoog kon zijn. Hij kwam er net vandaan.
Bij de Toeristen vereniging in Bergen, waar we geweest zijn om naar de sneeuwsituatie te informeren, hadden ze ons verteld dat het wel te doen was en dat er niet meer zoveel sneeuw lag. Ze hadden het over zo'n 20 á 30 centimeter.
We vertrokken vol goede moed. Al snel werd de onverharde weg te steil om te fietsen. We kwamen een jonge man tegen die ons vertelde dat er wel 1 á anderhalf meter sneeuw lag tussen Hallingskeid en Finse.
We ploeterden verder, af en toe fietsend als de weg het toe liet. Grote keien op de weg deden ons over het onverharde wegdek stuiteren en de diepe afgronden maakte het fietsen zo gevaarlijk dat we vaak moesten lopen.
De uitzichten waren prachtig. De watervallen veroorzaakt door het smeltend sneeuw indrukwekkend.
Maar om nu te zeggen dat het een fietspad is? Het is voor een geoefende mountainbiker zonder bepakking waarschijnlijk een paradijs.

Bij de wegversperring door de sneeuw, met een randje van misschien 10 centimeter om te gaan en een steile helling ernaast, had Bert nog niet het gevoel dat het geen goed idee zou zijn om door te gaan, maar ik kreeg twijfels.

3 kilometer voor het station van Hallingskeid vonden we een geschikte plaats om de tent op te zetten.
De trein naar Finse gaat morgen pas.

Voss

donderdag
We lieten vanmorgen om even na achten Bergen achter ons. We hadden een trein te halen en rekenden op een fikse klim, waardoor onze gemiddelde snelheid erg laag zou kunnen zijn.
Het is niet zo dat we per trein naar Oslo gaan, maar we gaan de Ralarveg og Hallingdal volgen en zijn daardoor soms van de trein afhankelijk i.v.m. de tunnels waar niet doorheen gefietst mag worden.

We hoefden geen hoge of steile berg op om naar het stationnetje in Trengereid te komen en waren er goed op tijd. In Stanghelle stapten we weer uit. Het is altijd een gehaast om fietsen en tassen naar buiten te krijgen en door dit gehaast haalde ik mijn onderbeen open aan een tandwiel van Berts fiets. Er liepen stralen bloed uit een grote plek met smeer. Pas toen ik mijn been met veel water en zeep zo goed mogelijk had schoon gemaakt, kon je zeven wonden op een rij zien, waarvan drie bloedend. De smeer is er niet helemaal uit gewassen, maar ik verwacht dat het wel goed komt.

We reden dal naar Dale en vanaf Dale begonnen we met een klim van 400 meter hoog over 4 kilometer. We hebben een paar keer moeten stoppen om even op adem te komen, te drinken en om ons heen te kijken. Het was erg warm. Op de bergtoppen lag de sneeuw glimmend te smelten.

Het was net of de begeleider van een Duitse fietsvakantie met zijn busje ons op stond te wachten met vers koel water. Hij trakteerde ons daarbij ook op chocolade en bananen. We namen het dankbaar aan.
Al met al zijn we tot zo'n 700 meter gestegen, om daarna supersnel de berg af te racen.

In Voss is de camping vol, propvol. Konden we het vorig jaar door T in the park niet op een camping terecht, nu hebben we het laatste vrije stukje gras toegewezen gekregen, voor de belachelijke hoge prijs van 200 Kronen.
En terwijl de mensen om ons heen steeds harder gaan praten en de artiest in de tent zijn volumeknop nog eens verder open draait, maken wij ons op voor een verkwikkende nacht.

Bergen

Bergen

woensdag
We hebben gehoord, gelezen, we zijn gewaarschuwd dat het in Bergen bijna altijd regent. Vandaag niet. Vandaag is het een zonovergoten dag, met een temperatuur oplopend tot zo'n 18 graden. Bergen zag er precies zo uit als op de foto's in de brochures.

We zijn eerst naar de Fantoft Stavekirke gefietst. Dat is een replika van een eerdere Stavekirke uit 1150, die in 1992 in vlammen is opgegaan. Het kerkje is helemaal van hout, met sober tot in detail verzorgd houtsnijwerk. Er worden soms nog speciale diensten in gehouden. Je kunt er in trouwen.
Naast de kerk staat een kruis uit het begin van de middeleeuwen.

In het centrum van Bergen was het druk met toeristen. De gezellige winkelstraatjes werden nu eens niet alleen maar geflankeerd door witgeverfde houten panden, maar er waren vele pasteltinten.
Het was marktdag en het rook er lekker naar gebakken vis.
In Bryggen waren we stil van de kleine houten straatjes. Het is een waardevol stukje erfgoed.

In Bergen zijn we aan het eind van onze North Sea Cycle Route gekomen. We vonden geen bordjes meer. De route hield volgens ons gewoon op. Geen fanfare. Bij Bryggen een bordje met 'Wilkommen', maar dat was niet voor de fietsers van Route 1.
Het was een afwisselende tocht en het gezellige Bergen is een goed punt om te eindigen.
10 jaar geleden zijn we van start gegaan met veel te zwaar beladen fietsen en veel te koude slaapzakken. We hebben sindsdien veel geleerd. Het was leuk dat Garance en later ook Mathieu een paar tochten met ons mee gemaakt hebben.

En nu op naar Oslo.

Nestun

dinsdag
We waren nog niet lang onderweg toen Berts versnellingskabel knapte. Normaal heeft hij allerlei reserve onderdelen bij zich en zelfs een kabel, maar omdat er de laatste tochten niet zoveel meer gebeurde, werd hij overmoedig. Langs de kant van de weg en in een ijzige wind heeft hij het kabeltje weer redelijk weten te monteren. Volgens een ons passerende automobilist was er in Fitjar, 20 kilometer verderop, een fietsenmaker waar ze fietsen en onderdelen verkochten.
Zonder verdere problemen zijn we naar Fitjar gereden, waar de fiets gerepareerd kon worden en we weer helemaal op temperatuur kwamen.

De veerboot naar het vaste land vaart heel frequent en doet er slechts 35 minuten over. Op onze routekaart staat 50 minuten, maar onze kaarten zijn 7 jaar oud. Het is niet erg, het gaat lekker snel, maar we zaten helemaal voorin, voorbereid op 50 minuten kijken naar voorbijglijdende eilandjes. Daarvoor was de overtocht te kort.

De weg vanaf de boot richting het noorden was niet erg leuk. We hebben een erg lange klim moeten maken terwijl automobilisten het zichzelf moeilijker maakten dan nodig, omdat ze rekening moesten houden met ons. Ze bleven vaak achter ons hangen alsof ze bang waren dat we ineens op het gaspedaal zouden gaan staan op het moment dat ze ons zouden inhalen. We klommen met ongeveer 6 km/u de berg op.
En dat, zo vertelde een fietser die een tijdje met ons meereed, je ook gewoon om de berg heen kunt fietsen.

Uiteindelijk kwamen we op een rustiger weg terecht; we vermoeden een oud spoortraject omdat het aardig plat was.

We hebben de tent in Nestun staan. Dat ligt 11 kilometer van Bergen vandaan.

Leirvik

Bordje

maandag
De zon ging vanmiddag zelfs schijnen! Mijn nieuwe zonnepaneel kon weer op de tas en de accu geladen. Dat is maar goed ook, want de batterij van mijn mobiele telefoon was bijna leeg.
Ik heb de collector gekocht omdat ik het gedoe met de herentoiletten moe was. Vrouwen toiletten hebben vaak geen stopcontact. Het heeft al goed gewerkt, maar de zon moet natuurlijk wel schijnen.

De wind is gedraaid. We hebben sterke tegenwind gehad. Er waren drie bruggen op de route, waarvan twee zo'n kilometer lang. Op de eerste van de twee hadden we de wind mee, maar op de tweede kwam de wind schuin van voren, waardoor we bijna van de weg geblazen werden.

Om naar het eiland Bømlo te komen namen we de veerboot van Buavågen naar Langevågkaien. Het is een overtochtje van slechts 20 minuten, maar de veer was net vertrokken toen we aankwamen, dus moesten we een uur wachten op de volgende. De verwarming was aan in de wachtruimte. Helaas hadden we niet genoeg eten bij ons om te lunchen. Dat deden we dichtbij de supermarkt van Bømlo, in een hal van een sportcomplex, waar picknickbankjes stonden.

Vanaf dat moment werden we erop attent gemaakt dat we al aardig dicht bij het eindstation van ons Rondje Noordzee zijn.

Haugesund

24

zondag
Het is weer erg slecht weer geweest vannacht. We hebben erg onrustig geslapen. Deze keer stonden we niet op zo'n dure camping. De douche was gratis en de WIFI werkte perfect. Skudeneshavn lag op loopafstand en dus zou er niets op tegen zijn geweest om er een dag te blijven. We houden niet van fietsen in de regen, maar zijn vertrokken toen de regen wat afnam. De omgeving is minder mooi als het regent. Bert noemde het zelfs saai. Even werd die saaiheid onderbroken door een losgebroken jong schaap. We wilden hem weer rustig terug helpen in de wei, maar het dier begreep onze plannen niet. Het bleef hulp roepend blaten en angstig rennen. We hebben hem maar laten gaan. Op het eiland is een kopermuseum. Er werd koper gewonnen voor o.a. de Statue of Liberty in New York. Maar daar zijn we niet geweest, wij zijn in het Geschiedeniscentrum van Noorwegen geweest in Avaldsnes. In de Vikingtijd is dit het centrum geweest van Noorwegen. Op het terrein zijn vondsten gedaan van hele lange tijd geleden. Er zijn bijna 30 grafheuvels ontdekt. Koning Harald de langharige heeft er een van zijn Koninklijke boerderijen gehad.
In 1250 is er een kerkje gebouwd, precies tussen de vijf staande herdenkingstenen van de bewoners uit vorige eeuwen. Dat kerkje staat er nog en een van de vijf herdenkingstenen ook nog. Die steen zakt scheef door de tijd. Volgens de legende komt de dag des oordeels als de steen de kerk raakt. Nog 9.2 cm te gaan.

We vonden het museum een beetje tegenvallen. Er was wel audio uitleg, maar die was beperkt en de omvangrijkere schriftelijke uitleg was alleen in het Noors. De nagebouwde boerderijtjes waren pas vanaf morgen open.

Op weg naar Haugesund stond ik nog even doodangsten uit toen we over de hoge brug gingen. Het fietspad (met stoeprand) was slechts 1 meter breed. Ik fietste heel gespannen om er vooral zonder slingeren over te komen, de diepte links van me negerend.

Haugesund is een havenstad met oude grote gebouwen. We kamperen op de stads camping. De weersverwachting voor morgen is beter.

Skudeneshavn

Stavanger

zaterdag
Het is heel slecht weer geweest vannacht, met regen en erg harde wind. Voor elf uur moesten we afgemeld zijn anders zou er nog een nacht in rekening gebracht worden. We moesten wel weg omdat we niet nog eens 220 kronen wilden betalen voor vies sanitair en slecht werkende WIFI. Dus hebben we opgepakt en hebben in het restaurant, waar de WIFI het wel deed, gewacht tot de ergste regen over was.

We hebben niet veel gefietst, hebben twee bootovertochten gemaakt om naar Karmøy te komen. De eerste veerboot bracht ons van Tau naar Stavanger, waar we door een paar winkelstraten gewandeld hebben. Het is een gezellig centrum tegen een heuvel op, met voornamelijk witgeschilderde houten panden. Het is volgens ons, de eerste grotere winkelstad sinds Krirtiansand.
Toen we doorreden kwamen we langs Gamle Stavanger, het oude Stavanger, waar in smalle straatjes, weer tegen een heuvel op, kleine witte houten huisjes staan uit 1830 - 1890. Rond 1600 zijn ze er al begonnen met bouwen, maar door verschillende branden is daar niets meer van over.

Bij de volgende veer kwamen we te vroeg, maar we mochten van het personeel van de veerboot, die ons later over zou brengen, de tijd op de boot zitten afwachten, al moest die nog wel in een dik uur, eerst op en neer naar een ander eiland.
2 1/2 uur later kwamen we aan in 'de Noorse zomerstad', zoals het op het boekje staat die we van de camping eigenaresse gekregen hebben, waar het pijpenstelen regende.
Ondanks dat het regende is het toch de moeite waard geweest om even rond te cirkelen door het oude havenstadje Skudeneshaven.

About


Twitter